Bronnen Bronnen
Bronnen

BSG 0001973

BS Geboorteregister Bauke van Sluis (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Franekeradeel [FR]
periode: 10 juni 1864
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
11 juni 1864 Bauke van Sluis [1973] (*1864-†1919) als kind
Douwe Rientzes van Sluis [1974] (*1835-) als vader
Afke Atzes Bergsma [1975] (*1829-) als moeder
Dossier:

BSG 0002563

BS Geboorteregister Aafke de Groot (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Aengwirden [FR]
periode: 18 maart 1881
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
19 maart 1881 Aafke de Groot [2563] (*1881-†1956) als kind
Frederik Jans de Groot [2564] (*1849-) als vader
Janke Jans de Jong [2565] (*1849-) als moeder
Dossier:

D 0002660

Doopboek Bauke Harmens van Zwol (Doopboek)
doopplaats: Langezwaag [FR]
periode: 21 februari 1808
Archiefnaam: Doopboek
Archief: Tresoar
Inventarisnr.: DTB 562
Gezindte: Hervormd
hierin
21 februari 1808 Bauke Harmens van Zwol [2660] (*1808-) als kind
Harmen Jans van Zwol [17219] (-) als vader
Wietske Feitzes [17220] (-) als moeder
Dossier:

BSG 0002661

BS Geboorteregister Klaaske Engberts Hoekstra (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Opsterland [FR]
periode: 23 januari 1835
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
24 januari 1835 Klaaske Engberts Hoekstra [2661] (*1835-) als kind
Engbert Jans Hoekstra [17221] (-) als vader
Aaltje Jouwerts van Uren [17222] (-) als moeder
Dossier:

D 0003946

Doopboek Hotze Thomas Bijlsma (Doopboek)
doopplaats: Utingeradeel [FR]
periode: 27 mei 1802
Archiefnaam: Doopboek
Archief: Tresoar
hierin
27 mei 2802 Hotze Thomas Bijlsma [3946] (*1772-†1835) als kind
Thomas Willems Bijlsma [4605] (-) als vader
Aaltje Hotzes [4606] (-) als moeder
Dossier:

BSH 0001484

BS Huwelijksregister Hotze Thomas Bijlsma en Baukjen Tomas Brouwer (BS Huwelijksregister)
Akteplaats: Utingeradeel [FR]
periode: 7 augustus 1834
Archiefnaam: Huwelijksregister
Archief: Tresoar
hierin
7 augustus 1834 Hotze Thomas Bijlsma [3946] (*1772-†1835) als bruidegom
Baukjen Tomas Brouwer [3947] (*1810-†1872) als bruid
Thomas Willems Bijlsma [4605] (-) als vader bruidegom
Aaltje Hotzes [4606] (-) als moeder bruidegom
Tomas Sjoerds Brouwer [4603] (-) als vader bruid
Antje Pieters Haasdijk [4604] (-) als moeder bruid
Dossier:

BSH 0007144

BS Huwelijksregister Bauke Eeles Drysten en Baukjen Tomas Brouwer (BS Huwelijksregister)
Akteplaats: Utingeradeel [FR]
periode: 28 september 1838
Archiefnaam: Huwelijksregister
Archief: Tresoar
hierin
28 september 1838 Bauke Eeles Drysten [17223] (*1804-) als bruidegom
Baukjen Tomas Brouwer [3947] (*1810-†1872) als bruid
Eele Roelofs Drysten [17224] (-) als vader bruidegom
Akke Baukes Hartenberg [17225] (-) als moeder bruidegom
Tomas Sjoerds Brouwer [4603] (-) als vader bruid
Antje Pieters Haasdijk [4604] (-) als moeder bruid
Dossier:

BSG 0004200

BS Geboorteregister Metje Folkerts Wierda (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Ferwerderadeel [FR]
periode: 5 september 1813
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
6 september 1813 Metje Folkerts Wierda [4200] (*1813-) als kind
Folkert Jacobs Wierda [17226] (-) als vader
Hinke Klazes Feenstra [17227] (-) als moeder
Dossier:

NA 00000791

Notariele akte (Notariele akte)
Akteplaats: Leeuwarden [FR]
periode: 30 juli 1872
Archiefnaam: Notariele Akte
Archief: Tresoar
Inventarisnr.: Inventarisnr.: 105035
Onderwerp: Boedelscheiding
Notaris: Andries Gerrits van der Hoek
Bron: Tresoar te Leeuwarden/inventarisnummer 105035
Repertoirenummer 26/jaar 1872 (boedelscheiding Pieter Asmus Tuinhout)

Voor mij Andries Gerrits van der Hoek
notaris in het eerste arrondissement der provincie
Friesland met standplaats te Minnertsga, het
suppletier patent van de gemeente Harlingen aan-
gegeven doch daarvan de acte nog niet bekomen heb-
bende, in tegenwoordigheid van den Edel Achtba-
ren Heer Plaatsvervanger Kantonrechter van het
kanton Harlingen en van de nagenoemde getui-
gen compareerden:
1. Mejuffrouw Christina Magdalena Oolgaard,
zonder beroep, weduwe van den Heer Pieter As-
mus Tuinhout, wonende te Harlingen;
2. De heer Evert Pieters Tuinhout, schipper,
wonende aldaar.
3. Mejuffrouw Tetje Pieters Tuinhout, winke-
liersche, weduwe van Jan Jans van Glinstra
Junior, wonende aldaar;
4. De Heer Pieter Vlaskamp gemeente-con-
troleur, wonende mede te Harlingen, in hoeda-
nigheid als gemachtigde:
a, van den Heer Thomas Gooikes van Slooten,
koopman aldaar in diens betrekking van
beheerder der gemeenschap van goederen naar
de tegenwoordige wet bestaande tusschen hem
en zijne echtgenoote Mejuffrouw Roelofke Jo-
hannes Jager en 2 van voogd voor Willem,
Dirk, Christina en Rinske Johannes Jager,
minderjarige kinderen van Johannes Willems
Jager en Jacoba Pieters Tuinhout, in leven echte-
lieden beiden overleden, welke last werd
gegeven bij onderhandsche volmacht van den
elfden Januari dezes jaars, volgens quitantie
Geregistreerd te Harlingen den twintigsten Ja-
nuari 1800 twee en zeventig in deel 36, folio 44,
recto rato 5 een blad een renvooi ontvangen
voor regt f 80 voor 38 opcenten f, 30 ½ samen
een gulden tien een tweede een f 110 ½ de ont-
vangers A van Geusden na acte ten(…?)
volgens de wet, vastgehecht aan den inventa-
ris van den achttienden Januari, laatstleden
in minuut te verleden voor my Notaris, en
b. van den heer Pieter Johannes Jager, metse-
laar, wonende te London, krachtens onderhand-
sche volmacht van den achttienden Mei dezes
jaars, volgens quitantie Geregistreerd te Har-
lingen den zeventienden July 1800 twee en
zeventig deel 36 folio 125 verso, vak 8 een blad
een renvooi. Ontvangen voor regt f 80 voor 38
opcenten f 30 ½ zamen een gulden en een
halve cent f 1,10 ½ . De Ontvanger A. van Geusden
welke volmacht nadien den gemachtigde, in te-
genwoordigheid van mij notaris en getuigen
voor echt erkend en ten blijke daarvan door hem
met mij en de getuigen geteekend te zijn, aan
deze minute werd aangehecht, en
5. De heer Sybrandus Willems Jager, slager, wo-
nende te Harlingen, in hoedanigheid van toezien-
den voogd over de genoemde minderjari-
gen en als zoodanig de belangen van de-
zen waarnemende voor zooverre ze in strijd
zijn met die van den voogd.

Te kennen gevende dat zij wenschten over
te gaan tot de scheiding en verdeeling van den boedel
of nalatenschap van wylen den Heer Pieter Asmus
Tuinhout, in leven laatst zonder beroep, te Harlingen.

Door hen werd vooropgesteld:
Dat Pieter Asmus Tuinhout en Christina Magda-
lena Oolgaard, voornoemd, zamen waren gehuwd den
vyftienden Mei eenduizend achthonderd een en vijftig,
welk huwelijk van beiden was een tweede huwelijk, voor
den man tevens met kinderen uit het vorige.
Dat de gevolgen van dat huwelijk, ten opzichte van de
goederen der echtgenooten, werden geregeld bij huwe-
lyks contract, verleden voor den Notaris Michiel Goslings
te Harlingen, den twaalfden Mei achttienhonderd een
en vijftig, waarbij de algeheele gemeenschap van goede-
ren zoowel als die van winst en verlies en die van
vruchten en interesten werden uitgesloten; door
den man aan de vrouw werd gegeven een kinds
gedeelte van alle aan hem na te laten goederen, dat
echter nimmer het eenvierde des boedels zoude mo-
gen te boven gaan en werd gerelateerd dat die
aanbrengst ten huwelijk der vrouw, aan roerende
goederen bestond en hare lyfdracht, kleeding, linnen,
wollen, goud, zilver en kostbaarheden tot die lyf-
dracht behoorende, niets uitgezonderd benevens
eene som van eenhonderdzevenenvijftig gulden
aan contanten.
Dat dat huwelijk den elfden Januari laatstleden
werd ontbonden door den dood van den man.
Dat deze met den dood had bekrachtigd een
testament verleden voor den Notaris Age Theo-
dorus Haagsma , te Leeuwarden, den dertigsten
Mei achttienhonderd zesenvijftig, waarbij door
hem werd aangesteld tot uitvoerder van zynen ui-
tersten wil de Heer Lourens Harmensen, te Leeuw-
arden en van de verplichting tot inbreng werden
ontheven, zyn dochter Tetje Pieters Tuinhout en ha-
ren man Jan Jans van Glinstra Junior van alles
wat zy van hem hadden genoten en aan de eerst-
genoemde en hare kinderen, volgens wettelyke ver-
plichting als levensonderhoud verstrekt zouden worden.
Dat hy als zijne eenige door de wet geroepen erfge-
namen had nagelaten zyne kinderen en klein-
kinderen uit zyne eerste huwelyk met wylen Roelof-
tie Everts van Eeken, hiervoor sub 2, 3 en 4 genoemd.
Dat dientengevolge uit zynen boedel of nalaten-
schap waren gerechtigd zyne weduwe Christina
Magdalena Oolgaard, krachtens het aangehaalde
huwelijkscontract, voor eenvierde, zyne kinderen
Evert en Tetje, krachtens de wet, ieder voor een vier-
de en zyne kleinkinderen Roelofke, Pieter, Willem,
Dirk, Christina en Rinske Johannes Jager, by de represen-
tatie hunner moeder Jacoba Pieter Tuinhout krach-

tens de wet, ieder voor een vierentwintigste of za-
men voor het resterende eenvierde gedeelte.
Dat de boedel of nalatenschap van den erflater werd
beschreven by inventaris verleden voor my Notaris
den achttienden Januari dezes jaars.
Dat de onroerende goederen, met uitzondering van
eene zitplaats in de Nieuwe Kerk te Harlingen en van
drie graven op de Nieuwe begraafplaats aldaar, wer-
den verkocht, blykens verbaal verleden voor my No-
taris den zevenden en eenentwintigsten Februari,
laatstleden.
Dat de meubelen, de lyfdracht met uitzondering
van eventuele stukken en de goud en zilver enkel
by boelgoed werden verkocht deze my Notaris, den
veertienden Maart dezes jaars blykens verbaal van
dien dag.

Dat de drie graven op de begraafplaats, sectie A num-
mer 2184 der gemeente Harlingen en de in den inventa-
ris vermelde dubieuse vorderingen tussen deelge-
nooten in gemeenschap zouden blyven.
Dat Evert Pieters Tuinhout minder dan de an-
dere deelgenooten zoude ontvangen de by den inven-
taris vermelde aanbreng onderworpen een duizend
veertienderde gereden of zonder rente.
Dat de weduwe uit den boedel had teruggenomen
hare lyf- en kleederdracht met linnen, wollen, goud,
zilver en kostbaarheden en dat nog aan haar door
den boedel der erflaters moest worden vergoed de
ten huwelijk aangebrachte honderd (vijf en veertig=doorgehaalde tekst) gulden.
(In zijlijn: doorgehaald en den negenentwintigsten regel deze woorden te veranderen in zeven en vijftig/C.M.O. E.P.T. F.P.T. S.W.J. J.H.D. L.J.T.)

Dat de algemeene boedelpapieren zouden worden
gesteld in bewaring van Evert Pieters Tuinhout.
Dat de scheiding zoude plaats hebben onder de
volgende bepalingen:
De voor- en nadeelen zyn voor (elkens?) deelgenoot
van het aan hem toebedeelde ingegaan den twee-
entwintigsten Mei, laatstleden.
De deelgenooten zyn over- en weder verplicht tot
vrywaring volgens de wet.
Comparanten verklaarden daarna dat de
boedel of nalatenschap van Pieter Asmus Tuin-
hout bestond in:

ACTIEF
I. Contanten:
a. Gevonden by de boedelbeschryving tot een bedrag van
een honderd twintig gulden f 120,-
b. (herte???) uit de opbrengst van by het
aangehaalde verbaal van den zevende,
en eenentwintigsten Februari dezes jaars
verkochte onroerende goederen, gelegen
in de gemeente Harlingen, als: ----

1. Van een huis en tuin cum annexis, sec-
tie A, nummer 388, gekocht door Hendrik
(Sinne?) nog den geheelen koopprys ad twee
duizend zeshonderdvijftig gulden f 2.650,-
Voor overname van losse goede-
ren dertig gulden f 30,-
Zamen tweeduizend zeshon-
derd tachtig gulden f 2.680,-
Af strykgeld dertig gulden f 30,-
Controoygeld tachtig gulden f 80,-
Transporteer f 110,-


Transport f 110, - f 2.680,- f 120,-
verteering twaalf gulden f 12,-
zamen honderdtweeentwintig gulden f 122,-
zuiver twee duizend vijfhonderdacht-
en vijftig gulden f 2.558.-
2. Van een winkelhuis en erf, sectie A,
nummer 961, gekocht door Petronella
Maria Hanekuyk den geheelen koopprys
ad een duizend zevenhonderd een gul-
den f 1.701,-
Van losse goederen vijfentwintig
gulden f 25,-
zamen eenduizend zeventien
honderd zesentwintig gulden f 1.726,-
af strijkgeld vijfentwintig gul-
den f 25,-
verteering acht gulden f 8,-
zamen drieëndertig gulden f 33,-
zuiver eenduizend zeshonderd drieen-
negentig gulden
3. van een winkelhuis en erf, sectie A,
nummer 475, gekocht door Bernar-
dus Ybema, den geheelen koopprys
ad zevenhonderdvijfenzeventig gul-
den f 775,-
van losse goederen vijftien gulden f 15,-
zamen zevenhonderd negentig
gulden f 790,-
Af strijkgeld twintig gulden f 20,-
vertering vier gulden f 4.-
zamen vierentwintig gulden f 24,-
zuiver zevenhonderd zesentwintig gulden
4. Van een huis en erf, sectie A, num-
mer 69, gekocht door Bart Posthuma,
den geheelen koopprys, ad vierhonderd
vyf gulden f 405,-
Voor losse goederen vyftien gulden f 15,-
zamen vierhonderdtwintig gulden f 420,-
af strykgeld vyftien gulden f 15,-
octrooygeld drie gulden
tachtig cent f 3,80
verteering twee gulden f 2,-
Zamen twintig gulden tachtig cent f 20,80
zuiver driehonderd negen en
negentig gulden en twintig cent f 399,20
5. Van een huis en herberg ,,de Aardap-
pelbeurs" met erf, sectie A, nummer
545, verkocht aan Klaas Bleeker voor
tweeduizend vyfhonderd tweeentwintig
tig gulden, de halve koopsom ad twaalf-
honderddrieenzestig gulden f 1.263,-
voor losse goederen dertig gulden f 30,-
voor de helft in eene scheiding
twintig gulden f 20,-
zamen dertienhonderd dertien
gulden f 1.313,-
Af strykgeld dertig gulden f 30,-
verteering twaalf gulden f 12,-
zamen twee en veertig gulden f42,-
zuiver twaalfhonderdeenenveertig gul-
den.
6. Van een huis en erf sectie A, nummer
1021, gekocht door Hendrik Minse ( Sloeter/Stoeter?)
voor elfhonderd zeventien gulden vyf
Transport f 6.687.20 f 120,-

En twintig cent, de helft van de koopsom
Ad vyfhonderdachtenvijftig gulden
tweeënzestig cent (w….? f 558,627
voor losse goederen twintig gulden f 20,-
zamen vyfhonderd acht en
zeventig gulden tweeënzestig
en een halve cent f 578.627
Af strykgeld twintig gulden f 20,-
Octrooygeld veertig gulden f 40,-
Verteering zeven gulden f 7,-
Zamen zevenenveertig gulden f 47,-
Zuiver vyfhonderd elf gulden
Tweeënzestig en een halve cent 511,627
7. Van een wagenhuis, sectie A nummer
220, gekocht door Gerson van Gelder,
voor zeshonderd eenenvyftig gulden
de halve koopsom ad drie honderd
vyfentwintig gulden vyftig cent f 325,50
voor losse goederen f 10,-
zamen driehonderd vyfen
dertig gulden vyftig cent f 335,50
Af strykgeld tien gulden f 10,-
octrooygeld vyftien gulden f 15,-
verteering twee gulden f 2,-
zamen driehonderd acht gul-
den vyftig cent f 308,50
8. Van een winkelhuis en erf, sectie
A, nummer 1618, gekocht door Er-
nestus Georgius Langenhorst voor
elfhonderdeenenzestig gulden
de som van honderd gulden f 100,-
Totaal der ontvangen koopprijzen
Zevenduizend zeshonderd zeven
Gulden tweeëndertig en een halve cent f 7.607,327
c. Herkomstig uit de opbrengsten der by boelgoed
verkochte goederen, blykens het aange-
haalde verhaal van veertien maart, dezes
jaars achthonderd vyfenzeventig gulden
tien cent f 875,10
by vyf percent drieënveertig gulden
vijf en zeventig eentweede cent f 43,75 ½
maakt negenhonderd achttien gul-
Den vyf en tachtig eentweede cent f 918, 85 ½

Af voor arbeidsloonen, belasting van
goud en zilver, zegels, getuigen, regis-
tratie, advertentien enzovoort, vier
en negentig gulden zevenentwin-
tig cent f 94,27
strykgeld veertien gulden f 14,-
octrooygeld twaalf gulden zes-
tig cent f 12.60
Alzoo honderdtwintig gulden
zevenentachtig cent f 120,87
zuiver zevenhonderd zeven en ne-
gentig gulden achtennegentig en
een halve cent f 797,98 ½
d. Herkomstig uit eene afgeloste schuldvor-
dering ten laste van Thys Sybren Bouw-
huis onder Sexbierum aan kapitaal twee-
honderd gulden f 200,-
rente van tweeëntwintig Maart des
vorigen jaars tot elf juni dezes jaars
elf gulden f 11,-
Zamen tweehonderd elf gulden f 211,-
Transporteer f 8.736,31

e. Wegens ontvangen huishuren tot den twaalf
den Mei dezes jaars twee honderd vyf-
endertig gulden vyfenzestig cent f 235,65
Totaal aan contanten achtduizend negen-
honderd en zeventig gulden zes en negen-
tig cent f 8.971,96

II. Eene vordering op Klaas Bleeker, timmer-
man en aannemer te Harlingen wegens
onbetaalde koopsom van de door hem, bly-
kens het aangehaalde verbaal van zeven
en eenentwintig Februari dezes jaars ge-
kochte huizinge en herberg met erf ,,de Aard-
appelbeurs'', kadastraal bekend, gemeente
Harlingen, sectie A, nummer 545 de som
van eenduizend tweehonderd drie en
zestig gulden f 1.263,-
Rente daarvan naar vyf percent
van twaalf tot tweeëntwintig Mei
laatstleden eengulden vyfenzeven-
tig cent f 1.75
Zamen eenduizend tweehonderd
vierenzestig gulden vyfenzeventig cent f 1.264,75
III. Eene vordering ten lasten van Hendriks
Merckelbach, goud- en zilversmid te Harlin-
gen wegens onbetaalde koopsom der door
hem bij het gemelde verbaal van zeven en
eenentwintig Februari laatstleden gekochte
huizinge en erf met aanbehooren, kadastraal
bekend, gemeente Harlingen, sectie A num-
mer 1021, de som van vyfhonderd acht en
vyftig gulden en tweeënzestig en een halve
cent f 558,62 ½
Rente van twaalf tot tweeentwin-
tig Mei dezes jaars naar vyf percent
zevenenzeventig en een halve cent --,77 ½
zamen vyfhonderd negen en vyf-
tig gulden en veertig cent f 559,40
IV. Een vordering op Gerson van Gelder, slager
te Harlingen, wegens onbetaalde koopprys
aan het door hem by het aangehaalde ver-
baal van zeven en eenentwintig Februari
laatstleden gekochte wagenhuis in de Droog-
straat te Harlingen, kadastraal sectie A, num-
mer 220, ter som van driehonderd vyf en
twintig gulden vyftig cent f 325,50
rente van twaalf tot tweeentwin-
tig Mei dezes jaars, naar vyf ten
honderd vyfenveertig cent --,45
Zamen driehonderd vyfentwin-
tig gulden vyfennegentig cent f 325,95
V. Eene vordering ten laste van Ernestus
Georgius Langenhorst, timmerman en
aannemer te Harlingen, wegens onbetaal-
de koopsom der door hem, blykens het aan-
Transport f 11.122,06

gehaalde verbaal van zeven en eenentwin-
tig Februari dezes jaars gekochte winkel-
huizinge en erf met aanbehooren, aan den
Heiligeweg te Harlingen, kadastraal sec-
tie A nummer 1618 en waarvan de
gereserveerde hypotheek op dat jaars
erna ingeschreven te Leeuwarden den
negenentwintigsten Maart dezes jaars
in deel 181 nummer 98.
De koopsom van die huizinge bedraagt
eenduizend eenhonderd eenenzestig
gulden f 1.161,-
aan losse goederen vyfentwintig gul-
den f 25,-
Zamen elfhonderd zesentachtig
gulden f 1.186,-
Af het door delzelven (…
…………….)
Strykgeld vyfentwintig gulden f 25,-
Octrooygeld twintig gulden f 20,-
verteering zeven gulden f 7,-
zamen tweeenvyftig gulden
blyft elfhonderdvierendertig
gulden f 1.134,-
Daarop werd door den koopers
betaald honderd gulden f 100,-
Blyft onbetaalde koopsom door
den kooper verschuldigd eenduizend
vierendertig gulden f 1.034,-
Rente daarvan van twaalf tot twee
entwintig Mei dezes jaars een gul-
dDen vier enveertig cent f 1,44-
Zamen duizend vyfendertig gul-
den een en veertig cent f 1.035,41
VI. Eene schuldvordering ten laste van Jeen
Simons Nauta, landbouwer in de Pieters-
bierum, als eenige erfgenaam van (doorgehaalde tekst: zynen ou-
der Simon Jans Nauta in leven aldaar), zy-
ne ouders Severein Jans Nauta en Elisabeth
Donia, in leven echtelieden aldaar en van
zyne vrouw Minke Vormsma, geleend geld,
blykende uit een obligatie verleden voor den
notaris Meester Sjoerd Douwe Wyma te
Harlingen, den vierden Februari acht-
tienhonderd zevenendertig, waarbij tot ze-
kerheid voor hoofdsom en (…?) en hypo-
theek werd verleend op de perceelen bekend
ten kadaster der gemeente Sexbierum,
sectie B, nummers 10, thans 739, 11, 12,
61, 62, 63, 64. 70, 71 en 75 ingeschreven te Leeu-
warden den zesden Februari achttienhon-
derd zevenendertig en deze 145 num-
mer 42 (………….) f 1.300,-
Rente naar vyf percent van den
Transport f 1.300,- f 12.157,50

vierden Februari tot den tweeentwin-
tigste Mei dezes jaars, negentien gul-
den achtenzestig cent f 19.68
Zamen dertienhonderd negentien
gulden achtenzestig cent f 1.319,68

VII. Een mannenzitplaats in de Hervormde
kerk te Harlingen, in bank D, nummer 3,
waarvan het laatste eigendomsbewijs is een pro-
ces verbaal van verkoop, opgemaakt door
den deurwaarder Johannes Damen te Har-
lingen, den achttienden September acht-
tienhonderd drieëndertig, hebbende voor-
zooveel partyen uitbesteed en gebleken of
hun bekend was geene voorschrijving plaats
gehad; het kerkgebouw waarvan de zitplaats
wordt gevonden is, ten kadaster bekend sec-
tie A, nummer 1651 der gemeente Harlin-
gen en de zitplaats werd geschat op vyf gulden.
De levering der zitplaats zoude geschieden
door overschryving der acte overeenkomstig een
uittreksel.

VIII. Onverkochte manslyfdracht volgens schat-
ting by den inventaris acht gulden f 8,-
IX. Het beloop van den inbreng, welke aan
Evert Pieters Tuinhout minder moet wor-
den aanbedeeld, veertienhonderd gulden.
Totaal van het actief veertienduizend
achthonderdnegentig gulden achttien cent

Passief

De nadeelige staat van den boedel of na-
latenschap bestond in:
De vordering van de weduwe, wegens
den haar blykens het aangehaalde huwe-
lykscontract, ten huwelyk aangebracht ten
contanten, tot een bedrag van honderd ze-
ven en vyftig gulden f 157,-
Eene vordering van nu wylen Jacoba
Pieters Tuinhout, wegens erven haar op
den zevenden September achttien-
honderdzeventig aan den erflater voor
ge(…) gelden,ten bedrage van twee
honderd gulden f 200,-
rente van zestien september
der vorigen jaars, tot tweeen
twintig Mei, dezes jaars, naar
vyf percent, zes gulden vyfen-
zeventig cent f 6,75
Zamen tweehonderd zes gulden
vijfenzeventig cent
Huurschulden tot den dag van het
overlyden als aan:
P. Polling, makelaar te Harlingen
zesentachtig gulden drieëntwintig
cent f 86,23
B. Kerkhoven, timmerman, al-
daar, twee en dertig gulden ne-
gen en twintig cent f 32,29
G. van Smeden, smid, aldaar,
vyftien gulden dertig cent f 15,30
W. Diest, smid, aldaar, vyftig cent --,50
J. Miedema, koopman, aldaar
zes gulden vyfenzeventig cent f 6,75
Transportereren f 141,07 f 363,75 f 14.890,18

Y. Bolman, behanger twee
gulden veertig cent f 2,40
K. de Vries, glazenmaker, aldaar,
vijfentachtig cent -,85
P.U.W. Haverschmidt, deurwaar-
der, aldaar, twaalf gulden f 12,-
P.J. Oolgaard, koopman te Leeuw-
arden, zeven gulden f 7,-
Aafke (Kuiken?), dienstbode te Har-
lingen, dertien gulden f 13,-
Zamen honderd zes en veertig
gulden en tweeëndertig cent f 146,32
begrafeniskosten honderd een gul-
den twintig cent f 101,20

Schuldig gevonden na het over-
lyden:
Aan de weduwe van den erflater
kosten der huishouding enzovoort
tot en met den dag van het boelgoed
honderdnegenenvijftig gulden twee
entwintig eentweede cent f 159, 22 ½
Aan Notaris Haagsma te
Leeuwarden van registratie
etcetera van het aangehaalde
testament vier gulden een en
tachtig eentweede cent f 4,81 ½
Aan P. de Raadt voor behang
vijfenzeventig cent --,75
aan advertentiekosten in de Leeuw-
arder en Harlinger Couranten
drie gulden vijfenzeventig cent f 3,75
Zamen honderd achtenzeven-
tig gulden vierenvijftig cent f 178,54
Belooning en reis- en verblijfkosten
van den Uitvoerder der uitersten
wils honderdvierenzeventig gulden
vijfentachtig cents, geteld bij moderatie, zegge f 174,85
Voor kosten van boedelbeschrijving,
scheiding en verdere verschotten en
salarissen, om nader te verrekenen,
tweehonderdvijfentachtig gulden en
twaalf cent f 285,12

Totaal Passief twaalf honderd
negenenzeventig gulden achtenzeventig cent f 1.279,78
blijft zuiver om te verdeelen dertien
duizend zeshonderd tien gulden veertig
cent f 13.610,40
Waarvan het eenvierde bedraagt drie
duizend vierhonderd twee gulden zestig
cent f 3.402,60

Christina Magdalena Oolgaard ontvangt een
vierde of drieduizendvierhonderdtwee gulden en
zestig cent f 3.402,60
En de eerder haar ten huwelijk aangebrach-
te honderdzevenenvijftig gulden f 157,-
Samen drieduizend vijfhonderd negen-
Envijftig gulden zestig cent f 3.559,60

Evert Pieters Tuinhout een vierde of drie-
duizend (viertienden tot?) de gulden zestig
Transporteren f 3.559,60

F 3.402,60
1.400,-
---------
F 2002,60
Af de inbreng in de praemissen ver-
meld eenduizend vierhonderd gulden
Mocht tweeduizend twee gulden zestig cent

Tetje Pieters Tuinhout een vierde of drie-
duizend vierhonderd twee gulden tachtig cent f 3.402,60

Thomas Gooitzes van Slooten voor zynen hu-
welijksen gemeenschap een vierentwintigste of
vijfhonderdzevenenzestig gulden tien cent f 567,10

Dezelve voor de vier minderjarigen Wil-
lem, Dirk, Christina en Renske Johannes
Jager, ieder een vier- en twintigste alzoo zamen
vier vierentwintigste of tweeduizend twee
honderd achtenzestig gulden veertig cent f 2.268,40
en Pieter Johannes Jager een vierentwintig-
ste of vijfhonderdzevenenzestig gulden tien cent f 567,10
Tezamen twaalf duizend driehonderd
zevenenzestig gulden veertig cent f 12.367,40

Hierbij de inbreng van Evert Pieters Tuin-
hout na veertienhonderd gulden min de
huwelijkse aanbreng den weduwe ad hon-
derd zevenenvijftig gulden (..) twaalf hon-
derd drie en veertig gulden f 1.243,-

Maakt weder de zuiver te verdeelen dertien
duizend zeshonderd tien gulden veertig cent f 13.610,40

Verder verklaarden de comparanten met on-
derling goedvinden in de voldoening van (…)
aandeel te hebben toegetreeden en overgedragen
aan Christina Magdalena Oolgaard, weduwe
van Pieter Asmus Tuinhout
de schuldvordering met interessen onder VI ver-
meld, ten bedrage van dertienhonderd negen-
tien gulden acht en zestig cent f 1.319,68
van de contanten sub I, tweeduizend
tweehonderdnegenendertig gulden twee-
ennegentig cent f 2.239,92
Maakt het haar toekennende ad driedui-
zendvijfhonderd negenenvijftig gulden
zestig cent f 3.559,60
aan Evert Pieters Tuinhout
De schuldvordering en interessen onder V gemeld
ad duizend vijfendertig gulden vierenveertig-
cent f 1.035,44
De manszitplaats onder VII gemeld van vyf gulden f 5,-
De onverkocht gebleven lyfdracht onder
VIII genoemd van acht gulden
en van de contanten sub I negenhonderd
vierenvijftig gulden zestien cent f 954,15
maakt het hem competeerende ad twee-
duizend twee gulden zestig cent f 2.002,60
aan Tetje Pieters Tuinhout weduwe van
Jan Jans van Glinstra Junior
de schuldvordering met interessen sub II vermeld
ten bedrage van eenduizend tweehonderd vieren-
zestig gulden vijfenzeventig cent f 1.264,75
en van de contanten sub I tweeduizend
eenhonderd zevenendertig gulden vijf en tach-
tig cent f 2.137,85
Maakt haar aandeel ad drieduizend
vierhonderd twee gulden zestig cent f 3.402,60
Aan Thomas Gooizes van Slooten voor zijne hu-
welijkse gemeenschap met Roelofke Johannes Jager
Zijn aandeel in contanten ten bedrage van vijf hon-
derd zevenenzestig gulden tien cent f 567,10
Aan denzelfde als voogd over Willem, Dirk,
Christina en Rinske Johannes Jager
De schuldvordering onder III met interessen ad vijf-
Honderd negenenvijftig gulden veertig cent f 559,409
die onder II met interessen ad drie hon-
derd vijfentwintig gulden vijfennegentig cent f 325,95
en van de contanten sub I dertienhonderd
drieëntachtig gulden vijf cent f 1.383,05
Maakt het aandeel der minderjarige,
ad tweeduizend tweehonderd achtenzestig f 2.268,40

En aan Pieter Johannes Jager zyn aandeel in
contanten tot een bedrag van vijfhonderd zevenen
zestig gulden tien cent f 567,10
Uit de overige contanten werden of zouden de
schulden der boedel worden betaald.
Het ontwerp dezer boedelscheiding door den
Edelachtbaren Heer Plaatsvervanger Kantonrech-
ter (….) en goedgekeurd zijnde, verklaarden
comparanten de overeenkomstig dat ontwerp plaats-
gehad hebbende boedelscheiding finaal vast te
stellen, van de erkentenis dat elk hunner, zoo in
eigener naam als in qualiteit, het er aan hem-
of het aan etc. door hem vertegenwoordigend wor-
dende met de betreffende titel en berus-
tenden zou ontvangen, erven en in bezit genomen,
zoodat de deelgenooten, terzake van den voor-
schreven boedel of nalatenschap van elkander
niets meer te vorderen hadden en zy elkander
over en weder verleenden eene volledige quitan-
tie en decharge, zonder eenige andere reserve
dan alleen de verplichting tot evenredig gedeelte
vrywaring volgens de wet.
De verschenen personen waren aan mij No-
taris bekend.
Waarvan akte!

Doorgehaald op de zevende bladzyde en den negen-
dendertigsten en veertigsten regel acht woorden
en op de vierde bladzyde in den negenentwintigsten
regel drie woorden.

Overleden te Harlingen ten huize van den
logementhouder de Haan, op heden den een- en
twintigsten Juli, des jaars eenduizend acht-
honderd tweeënzeventig, in tegenwoordigheid
van Jan Hubertus van Droge, om- en afroeper
en schoenmaker en Lubbert Jacobs Torenbeek
kantoorbediende, beiden wonende te Harlingen,
als getuigen. En hebben verschenen personen
de Edelachtbare Heer Plaatsvervanger Kantonrech-
ter, ten blyke van zyne tegenwoordigheid en goedkeu-
ring, de getuigen en de notaris, deze minute,
na voorlezing onderteekend.

C.M. Oolgaard
C.P. Tuinhout
T.P. Tuinhout
S.W. Jager
mr. J. Zylsma, pl. Kantonrechter
J.H. van Droge
L.J. Torenbeek
A.G. van der Hoek, notaris

Geregistreerd te Harlingen den een
en dertig July 1800 twee en zeventig
deel 60 folio 35 recto vak 5 zes bla-
den aan renvooi
Ontvangen voor regt van scheiding f 2,40
van decharge f --.80
van kwijting f 1,05
zamen f 4,25
Uitmakende met de 38 opcenten ad f 1,62
vyf gulden zeven en tachtig cent f 5,87

De ontvanger
A. van Geusden
hierin
30 juli 1872 Pieter Asmus Tuinhout [7978] (*1790-†1872)
Dossier:

NA 00000792

Notariele akte (Notariele akte)
Akteplaats: Leeuwarden [FR]
periode: 15 januari 1898
Archiefnaam: Notariele Akte
Archief: Tresoar
Inventarisnr.: Inventarisnr.: 49099
Onderwerp: Verkoop huis
Notaris: Auke Hermannus van Kleffens
Bron: Tresoar te Leeuwarden/inventarisnummer 49099
repertoirenummer 1219/jaar 1898 (verkoop huis te Harlingen door Rein Bleeker/15-01-1898)

Voor mij Meester Auke Hermannus van Kleffens, notaris te Harlingen,
verschenen:
de Heer Rein Bleeker, scheepsgezagvoerder, wonende te Harlingen, ter
eene, en
de Heer Hein de Bruin, koopman en slager, wonende aldaar, ter andere
zijde.
De comparant ter eene verklaarde te hebben verkocht aan den comparant
ter andere zijde, die verklaarde van gene te hebben gekocht:
het Heerenhuis, met Plaats en Tuin aan de Noorderhaven te Harlingen
wijk A nummer 28, bekend op den kadastralen legger der Gemeente
Harlingen in sectie A onder nummer 2864, als huis en erf, ter grootte van
twee are een en zestig centiare.
Het laatste bewijs van eigendom zijn de processenverbaal van openbare
verkooping den vijf en twintigsten October en achtsten November achttien-
honderd drie en negentig opgemaakt door den Heer Willem Sijpkens Kijl-
stra, notaris te Harlingen, overgeschreven ten kantore van de bewaring
der hijpotheken te Leeuwarden den eersten December achttien honderd
drie en negentig in deel 1047 onder nummer 44.

De comparanten verklaarden, dat deze verkoop en koop was geschied voor de
som van Vierduizend gulden en op de volgende bedingen:

Ten eerste. Het verkochte wordt in zijn tegenwoordigen staat met alle
lusten en lasten daaraan vanouds verbonden overgedragen aan den
kooper, die het den twaalfden Mei achttien honderd acht en negentig zal
kunnen aanvaarden behoudens de rechten en verplichtingen tegenover den
huurder der bovenwoning van het verkochte die alsdan op den kooper
overgaan, terwijl de nadien datum verschijnende huurpenningen te zij-
nen voordeele komen en door hem kunnen worden geïnd, tenzij tusschen
den verkooper en den huurder tijdig wordt overeengekomen de huur met
den twaalfden Mei achttienhonderd acht en negentig te doen eindigen.
Het verkochte is van heden af voor rekening van den kooper die zich na de
betaling van den koopprijs de levering ervan zal kunnen verschaffen door
deze akte op zijne kosten te laten overschrijven in de daarvoor bestaande
openbare registers.

Ten tweede. De verplichtingen tegenover de brandwaarborgmaatschappij
waarin het verkochte mocht verzekerd zijn gaan heden op den kooper over,
die voor de overboeking moet zorgen en deze bekostigen indien hij deze
overboeking wenst.

Ten derde. De verkooper is tot geene vrijwaring gehouden dan alleen tot
de zoodanige welke uit een daad door hem zelve verricht voortspruit
en tot die van den eigendom van het verkochte.

Ten vierde. Verschil tusschen de werkelijke en de volgens den kadastralen
legger opgegeven maat geeft geen grond tot het vorderen van
eene vermeerdering of vermindering van den overeengekomen koopprijs of
van eene vernietiging van den koop.

Ten vijfde. De grondbelasting en andere zakelijke belastingen en omslagen
zijn van den eersten Mei achttienhonderd acht en negentig af voor reke-
ning van den kooper, die verplicht zal zijn op de eerste aanmaning aan
den verkooper, te vergoeden hetgeen deze te dierzake over eenig tijdvak
na den eersten Mei achttienhonderd acht en negentig zal moeten betalen.

Ten zesde. De kooper zal geen andere eigendomsbewijzen kunnen vorderen
dan een afschrift van deze akte.

Ten zevende. De betaling van den koopprijs zal geschieden op den eersten
Mei achttienhonderd acht en negentig aan en ten huize van den verkooper
zonder schuldvergelijking en zonder bijbetaling van rente.

Ten achtste. Alle kosten op deze akte vallende zijn voor rekening van den
kooper.

De comparanten verklaarden ook voor derden van gerechtelijke ten uitvoer-
legging domicilie te kiezen ten kantore van den bewaarder dezer akte.

Waarvan akte, in minuut opgemaakt, is verleden te Harlingen op heden Zaterdag
den vijftienden Januari achttienhonderd acht en negentig, in tegenwoordigheid van
Klaas Tjerks Metzelaar, aanspreker, en Foeke Jacobus Wijma, notarisklerk, beiden
wonende te Harlingen, als getuigen. Na voorlezen hebben de comparanten en
de getuigen, allen aan mij notaris bekend, deze akte onmiddellijk met mij nota-
ris onderteekend.

R. Bleeker
H. de Bruin
K.T. Metzelaar
F.J. Wijma
A.H. van Kleffens
Geregistreerd te Harlingen den achttienden
Januari 1800 acht en negentig, deel 79
folio 83 recto vak 6 een blad geen renvooi
Ontvangen voor recht tachtig gulden
F 80,- De Ontvanger (Visscher?)
hierin
15 januari 1898 Rein Douwes Bleeker [7942] (*1844-)
Dossier:

NA 00000793

Notariele akte (Notariele akte)
Akteplaats: Leeuwarden [FR]
periode: 11 augustus 1858
Archiefnaam: Notariele Akte
Archief: Tresoar
Inventarisnr.: Inventarisnr.: 50032
Onderwerp: Verkoop onroerende goederen
Bron: Tresoar te Leeuwarden/Notarieel Archief/inventarisnummer 50032
repertoirenummer 167+177/jaar 1858 (verkoop onroerende goederen te Harlingen o.a. Jager/Felkers)

Heden den elfden Augustus des jaars een duizend acht-
honderd acht en vijftig 's avonds zeven uur in het Heerenloge-
ment te Harlingen, ben ik, Michiel Goslings, notaris in het
eerste arrondissement der provincie Friesland met standplaats te
Harlingen, in tegenwoordigheid der nagenoemde getuigen ter in-
spectie en in tegenwoordigheid van:
den Heer Rinse Abrahams de Ruiter, zaakwaarne-
mer en kantoorbediende, wonende te Harlingen, krachtens
onderhandsche procuratie van den tienden dezer maand
gemagtigde van Renske Felkers, zonder beroep, weduwe
van Willem Johannes Jager, wonende te Harlingen, krach-
tens de huwelijksgemeenschap bestaan hebbende tusschen
haar en haren wylen genoemde echtgenoot eigenares voor een
tweede gedeelte van nagenoemde vastigheden; Sibrandus
Willems Jager, slager, wonende te Harlingen, als mede
erfgenaam, van zijnen, wijlen vader Willem Johannes Jager,
eigenaar van een twaalfde gedeelte van nagenoemde vastig-
heden, en ingevolge koopakte van den zeventienden Mei des
jaars verleden, voor mij notaris behoorlijk geregistreerd, over-
geschreven, ten kantore der Hypotheken te Leeuwarden den zeven
en twintigsten Mei daaraan volgende in deel 354 nummer 47
eigenaar voor een twaalfde gedeelte van nagenoemde vastighe-
den, alzoo tezaam, voor eenzesde gedeelte; Geertruida Wil-
lems Jager, zonder beroep, echtgenote van en tot hetgeen
van genoemde procuratie geautoriseerd door Hans Willem
Willems Lijn, kruidenaar, echtelieden, wonende te
Harlingen, alsmede erfgenaam van hare wijlen vader Wil-
lem Johannes Jager eigenares voor eentwaalfde gedeelte van
nagenoemde vastigheden; Trijntje Willems Jager, zon-
der beroep, echtgenoot van en tot hetgeen van genoemde
procuratie geautoriseerd door Douwe Bleeker, goud- en
zilversmid, wonende te Harlingen, alsmede erfgename van
haren wijlen vader eigenares voor eentwaalfde gedeelte van na-
genoemde vastigheden, en Baukje Willems Jager van
beroep winkeliersche, wonende te Harlingen, weduwe van wylen
Jacob Hendrik van Meurs voor zichzelve krachtens de hu-
welyksgemeenschap bestaan hebbende tusschen haar en hare wij-
len echtgenoot eigenares voor een vierentwintigste gedeelte van
na te noemen vastigheden, en als moeder en wettige voogdes voor
haren vier bij haren wijlen genoemden man in wettigen echte ver-
wekte minderjarige kinderen, Geertruida, Willem, Pieter en
Jacob Hendrik van Meurs, voor een vierentwintigste gedeelte eige-
nares van na te noemen vastigheden, als erfgenaam van hunnen wijlen
vader en grootvader Willem Johannes Jager en
2. den Heer Pieter Asmus Tuinhout, koopman
wonende te Harlingen, in hoedanigheid van gemag-
tigde van Johannes Willems Jager, van be-
roep slager wonende te Harlingen, tijdelijk verblijf
houdende te London, de mede erfgenaam van zijnen va-
der Willem Johannes Jager, eigenaar voor een twaalfde ge-
deelte van na te noemen vastigheden, welke lastgeving op de-
zen comparant is verstrekt bij onderhandsche acte van den
veertienden Mei dezes jaars.
Zynde de beide genoemde volmagten, na door de respectieve
gemagtigden, in tegenwoordigheid van mij notaris en de
getuigen (doorgehaald woord: geteekent) voor echt erkent en ten blijke daarvan
door hen met mij en de getuigen geteekend te zijn, aan deze
minute vastgehecht en met haar ten registratie aangeboden.

Overgegaan tot de behoorlijke aangekondigde openbare
verkoop van:

Ten eersten. Eene huizing en slagerij staande en gelegen
aan de Heiligeweg te Harlingen, in wijk F, nummer
163, kadaster bekend gemeente Harlingen, sectie A
nummer 1025, huis en erf inhoudsgrootte van
zes en negentig ellen.
Ten tweede. Een stalling of bergplaats staande en
gelegen, onmiddellijk achter het eerste perceel in de Kerk-
straat te Harlingen, in wijk F nummer 173, ten kadas-
ter bekend gemeente Harlingen, sectie A nummer 1047,
als bergplaats en stal of pakhuis ten inhoudsgrootte
van zesennegentig ellen en
Ten derden. Eene stalling met annexis staande in
de Nieuwestraat te Harlingen in wijk D nummer 151 ten
kadaster bekend gemeente Harlingen, sectie A nummer 853
als stal ter inhoudsgrootte van vijfentachtig ellen, zijn-
de van deze vastigheden, partijen, geene andere eigenaars met
bewyzen bekend dan de hier voorengenoemde koopakte aan
een twaalfde gedeelte hebbende ervoor zoover uit beschei-
den gebleken en (hart?), bekend is geene andere overschryvens
plaats gehad dan de reeds genoemde.

Welke verkoop heeft mede ten overstaan van Dou-
we Bleeker, goud- en zilversmid te Harlingen, vorenge-
noemd in zijne hoedanigheid van toeziend voogd over
de en deze genoemde minderjarige kinderen.

Op autorisatie der arrondissements Regtbank te Leeu-
warden gegeven bij haar vonnis van den dertienden July dezes
jaars op expeditie behoorlijk geregistreerd
en verder op de alhier gebruikte algemeen bekende
voorwaarden van het bieden bij heele, halve en kwartguldens
van verpligting tot opgave van kwaliteit op de eerste vor-
dering van verkoopers of notaris onverkort het regt van de
eindelijke koopers om hunne meesters binnen vier en twin-
tig uren , na de toewijzing bij acte te passeren, voor mij nota-
ris te noemen, van toewijzing aan een derde bij afwezigheid
van terugtasting op (la?), schryven of treden en prolongatie
van zitdagen, van hoofdelijke verbintenis bij koopen door
meer dan een persoon, van wederschrijven met verhooging
van het vorig bod bij een hoog schrijven en beslissen die op-
roep is bij schijnbaar gelijk mijnen, van verpligting tot
voldoende borgstelling voor koopsom, renten en kosten op de
eerste vordering van verkoopers of notaris van bevoegdheid
der verkoopers om bij gebreke van opgave van kwaliteit
of voldoende borgstelling het geveilde neder te doen, ver-
koopen ten koste van deze nalatigen kooper die de minute
opbrengst zal moeten bijbetalen, terwijl hij van het mindere
niets zal kunnen vorderen, van verkoopen den tegenwoordi-
gen staat met zigtbare en onzigtbare gebreken en met ac-
ti?n, lusten, lasten (….??) geregtig- en mandeeligheden
als vanouds zonder dat de verkoopers tot eenige mij na-
ring gehouden zullen zijn van levering door wettige over-
schrijving van voorbehoud van het regt van eerste hypo-
theek op de verkochte perceelen tot zekerheid voor de betaling
van koopsom en renten met een onherroepelike magtiging
overeenkomstig artikel 1223 van het Burgerlijk Wetboek en
bedingen, dat er bij willige verkoop ten aanzien de tegenwoor-
dige verkoopers tegen hunnen wil geene zuivering van het
hijpotheek zal mogen plaats hebben, dan de verbonden per-
ceelen, zoolang daarop het hijpotheek is gevestigd niet ver-
huurd zullen mogen worden, dan, voor den tijd van een jaar
noch huurpenningen bij voorschot zullen mogen worden geno-
ten en tegen (…) na de verzekerd zullen moeten worden, en
eene soliede brandwaarborgmaatschappij naar genoegen
der verkoopers op dat bij schade aan het (…?) overgeko-
men de (..?) penningen en de plaats der onderte(?)
treden tot het beloop der verschuldigde hoofdsom en renten.

En verder op deze meer bijzondere voorwaarden:
de koopschatten moeten worden betaald ten kantore van
my notaris in twee termynen, als op den twaalfden no-
vember dezes jaars en den twaalfden Mei des volgenden jaars
telkens de helft, zullende bij gebreke van betaling op den
verschijntijd het verschuldigde behoudens de invorderbaar-
heid rente ende zijn naar vijf ten honderd in het jaar sedert den
verschijntijd, zullende bij gebreke van betaling van de eer-
ste termijnen bij regterlijke vervolging tegen de geveilde per-
ceelen, en bij iedere andere wettige mora het door den inmora
zynde koop en verschuldigde terstond ineens
invorderbaar zijn, zonder aanmaning of opzegging.

De vrije aanvaarding van de verkochte perceelen
zal zijn op den twaalfden Mei des volgenden jaars of
van de beide eerste perceelen zooveel vroeger als men daar-
omtrent met den tegenwoordigen bewoner mag overeenkomen.
De benoodigde huuropzegging van het derde perceel zal
zijn ten koste in ten diligentie van den kooper van dat perceel.
Alle voordeelen aan de verkochte perceelen verbonden, gaan
met de aanvaarding op de koopers over.
Alle lasten en belastingen op de geveilde perceelen liggen-
de gaan met de aanvaarding op de koopers over uitge-
zonderd de grondbelasting die met den eersten January
des jaars een duizend achthonderd negen en vyftig voor hun-
ne rekening ingaat. De geheele straatbelasting loopende
over het dienstjaar achttienhonderdnegenenvijftig is ten las-
ten der koopers.

De hoed, noed, onderhoud en risico der geveilde perceelen
gaan met de toewijzing op de koopers over.
Tegelijk met de betaling van de eerste termijn der koopsom
betaalt de kooper van het eerste perceel voor het gastoestel
zonder gagometer die gehuurd is, twee en veertig gulden, voor
toestel van het zonnekleed tien gulden, voor de klepper, in
den winkel vijf gulden, voor de jalousien, vijf en dertig gul-
den, en voor de genomen losse goederen, als onderlegers en kast-
planken, vijfentwintig gulden, tezamen honderd zeventien gulden
en de koopers van het derde perceel voor de tijdige huizinge
zijnde gewone losse goederen als onderlegers, kastplanken,
zeven gulden.

De combinatie van het eerste en tweede perceel is voorbehou-
den, doch bij afzonderlyke verkoop is omtrent de afscheiding
van deze perceelen gemaakt de navolgende bepaling: De
koop van het tweede perceel verpligt binnen veertien
dagen na de aanvaarding ten zijnen koste te plaatsen en
voortdurend onderhouden eene staketting met lager dat twee
eentweede el, waarin de palen aan, der kant van het tweede
perceel moeten staan, welke staketting moet worden ge-
steld op of in den grond loopende vanaf het eind van het muur-
tje aan de westzijde aan dit perceel verbonden en regt door te
trekken naar de oostkant doch niet verder dan nevens
de post van de deur aan de steegkant uit welk punt gelijke
staketting tot aan dien deurpost moet worden doorgetrok-
ken, zoodat de geheel te plaatsen staketting op die wijze
winkelhaaks moet worden geplaatst, waardoor de beide
percelen geheel en al van elkander zullen zijn afgesloten
en de steeg uitkomende in de Kerkstraat zal verblijven, bij het
eerste perceel, zullende de wezenlijke inhoudsgrootte van deze
perceelen, afonzderlijk in het procesverbaal van finale toewij-
zing nader worden aangewezen, daar er tusschentijds eene
naauwkeurige uitmeting zal plaats hebben, waarvan de
kosten, penningen, ponds, naar gelang van de opbreng der perceelen
komen ten laste van de koopers van deze perceelen.
Binnen acht dagen na de eindelijke toewijzing betalen
de koopers ten kantore van mij notaris zestien percent van
en boven de koopsommen wn het bepaalde voor losse goederen
waaruit door verkoopers zullen worden geh..?) alle kosten
Op deze verkoop, overdragt en levering vallende, uitgezonderd
evenwel de kosten, vallende op de extracten, uit het procesver-
baal met de zegels voor koopers, eventuele borgstelling, in-
schrijving en acte de command die buitendien voor (doorgehaald: zijne)
hunne rekening zijn, zij moeten dan tegelijk renteloos
voorschieten de verlegde strijk- en verhooggelden, benevens de ver-
teringskosten, pro quota, en het bedrag van dat voorschot
bij de betaling van het eerste termijn der koopschat (weder)
te kosten.
Alle betalingen moeten wroden gedaan in klinkende gelde
Alhier gangbare munt.
Partijen kiezen voor eventuele executie dezer acte domici-
lie ter plaatse waar de finale verkoop worden gehouden
en is na voorlezing der voorwaarden beschreven.

Het eerste perceel door Hendrik Vissers, turfcher wonende
(doorgehaald: te Harlingen) onder Midlum, biedende de som van een dui-
zend zeshonderd drie en tachtig gulden f 1.683,-
Aan wie het strijkgeld ad vijf en twintig gulden is uitgereikt.

Het tweede perceel door Jan Pieters Schaafsma, timmer-
man wonende te Harlingen, biedende de som van vier hon-
derd dertig gulden f 430,-
Aan wie het strijkgeld ad zeven gulden is uitgereikt
bij oproeping is dit bod verhoogd door Hartog Simons
Van der Linde, koopman, wonende te Harlingen
met zestig gulden f 60,-
Biedende alzoo vierhonderdnegentig gulden f 490,-

Het derde Perceel is beschreven door den heer Hans van Stra-
te, huis- en rijtuigschilder wonende te Harlingen, biedende de
som van tweehonderd dertig gulden f 230,-
aan wien het strijkgeld ad zes gulden is uitgereikt
bij oproeping is dit bod verhoogd door Martinus
Knipper melktapper wonende te Harlingen, met dertig gulden f 30,-
biedende alzoo tweehonderd zestig gulden f 260,-
zonder dat er bij verdere oproepingen verhoging is geschied

En zijn deze perceelen het eerste perceel aan deszelfs
schrijver en de beide andere perceelen aan derzelfs hoogste
bieders provisioneel in koop toegevoegd, voor de door hen res-
pectievelijk geboden sommen, totwelk zij gecompareerd zijnde
verklaarde te accepteren onder de lasten en bezwaren in de
conditiën vervat.
En is deze verkoop gecontinueerd tot heden, over veertien
dagen, terzelfdertijd ten huize van Johannes Jakles Jager, aan
de Lanen, alhier.
De verschenen personen zijn mij notaris bekend.
Doorgehaald is de dertigste regel der eerste bladzijde, de twaalf-
de regel der tweede bladzijde en de vijftiende en zevenentwin-
tigste regel der vijfde bladzijde zamen vijf woorden.
En is dit verbaal gesloten, en na voorlezing onderteekend
door Jan Hubertus van Droge, om- en oproeper en schoenma-
ker en Nicolaas Steenstra, koopman en schatter van roerende
goederen, beide wonende te Harlingen, als getuigen en door
mij notaris.

R.R. de Ruiter
P. Tuinhout
D. Bleeker
H.C. Visser(s)
H.S. v.d. Linde
M. Knipper
J.H. van Droge
N. Steenstra
M. Goslings, notaris

Geregistreerd te Harlingen den twaalfden Augustus 1800 acht
en vijftig in deel 213 folio 3 recto vak een met drie bladen en
een renvooi
Ontvangst voor regt f --,80
met de 35 opcenten ad f --,30, ½
Een gulden tien eentweede cent f 1,10 ½

Heden den vijf en twintigsten Augustus des jaars een
duizend achthonderd acht en vijftig des avonds zeven uur
aan de Lanen, ten huize van Johannes Jakles Jager te Harlingen, ben
ik Michiel Goslings, notaris i het eerste arrondissement der
provincie Friesland, met standplaats te Harlingen, in tegenwoor-
digheid der nagenoemde getuigen ten verzoeke en in tegenwoordigheid
van dezelfde personen in hunne verschillende kwaliteit als in het hoofd
der eerste zitting is omschreven, ingevolge bepaling en het tot den vorige
zitting gemaakte overgegaan tot de voortzzetting van de op den elfden
dezen gecontinueerden openbare verkoop van:

Ten Eerste. Een Huizing, slagerij aan de Heiligeweg te Harlin-
gen, wijk F, nummer 163, ten kadaster bekend gemeente Harlingen
sectie A nummer 1025 huis en erf groot zes en negentig ellen en van
nummer 1047 met zuidelijk gedeelte ter inhoudsgrootte van drie
en veertig ellen.

Ten Tweeden. Eene stalling of bergplaats staande en gelegen on-
middellijk achter het eersten perceel in de Kerkstraat te Harlingen
in wijk F nummer 173 uitmakende het noordelijk gedeelte van
het perceel ten kadaster bekend gemeente Harlingen, sectie A nummer
1047 ter inhoudsgrootte van drie en vijftig ellen.

Ten derden. Eene stalling met annexen in de Nieuwstraat te Harlin-
gen in wijk D nummer 151 ten kadaster bekend gemeente Harlingen
sectie A nummer 853 als stal ter inhoudsgrootte van vijf en tachtig ellen
Alle percelen hiervoor breeder omschreven.
En is na voorhouding der voorwaarden het eerste perceel
waarop bij de provisionele toewijzing door Hendrik Cornelis
Visser, (turfcher?), wonende onder Midlum, was geboden, de som van
een duizend zeshonderd drie en tachtig gulden f 1.683,-
bij oproeping tegen verhooggeld niet verhoogd is bij de indeslag-
stelling niet gemijnd, waarop genoemde Visser compareerde
verklarende dit bod gedaan te hebben, als mondeling gemagtigde
van de Heer Rinse Abrahams de Ruiter, zaakwaarnemer en
kantoorbediende wonende te Harlingen, aan wien dit perceel
behoudens de combinatie finaal in koop is toegewezen en:
en is het tweede perceel waarop bij de provisionele toewij-
zing was geboden, de som van vierhonderdnegentig gulden f 490,-
bij oproeping tegen verhooggeld niet verhoogd, maar bij
de indeslagstelling gemijnd door genoemde, Heer de
Ruiter met de som van tien gulden f 10,-
biedende alzoo de som van vijfhonderd gulden f 500,-
aan wien dit perceel mede behoudens de combinatie finaal
in koop is toegewezen.

Daar er bij gedane combinatie geene verhooging noch mij-
ning bij indeslagstelling is geschied zijn deze beide percelen
aan genoemde Heer de Ruiter (invoegen: in eigen naam) in koop toegewezen, hetwelk
hij gecompareerd zijnde verklaarde te accepteren, onder de
lasten en bezwaren in de conditiën vervat.
En is het derde perceel waarop bij de provisionele toewijzing
was geboden, de som van tweehodnerd (doorgehaald: dertig gulden)
zestig gulden, bij oproeping verhoogd met veertig gulden f 40,-
en bij de inbeslagstelling gemijnd door de Heer
Transporteer f 300,-

Dirk van der Meer, molenmaker en timmerman, wo-
nende te Harlingen, met zestig gulden f 60,-
biedende alzoo driehonderdzestig gulden f 360,-
gecompareerd zijnde verklaarde de genoemde Heer Van der
Meer dit bod gedaan te hebben, als mondeling gemagtigde
van Martinus Knipper, melktapper, wonende te Harlin-
gen, aan wie dit perceel finaal in koop is toegewezen, het-
welk hij gecompareerd zijnde, verklaarde te accepteren onder
de lasten en bezwaren in de conditie vervat.
De verschenen personen zijn mij notaris bekend.
Doorgehaald in de vierde regel van onderen dertiende blad-
zijde dezer acte twee woorden.
En is dit verbaal gesloten, na voorlezing onderteekend
door de comparanten door Jan Hubertus van Droge, om- en
oproeper en schoenmaker en Lubbert Jacobs Torenbeek, kan-
toorbediende beide wonende te Harlingen, als getuigen
en door mij notaris.

R.A. de Ruiter
P. Tuinhout
H.C. Visser
D. van der Meer
M. Knipper
J.H. van Droge
L.J. Torenbeek
M. Goslings (notaris)

Geregistreerd te Harlingen den zesentwintigsten Augustus 1800
achtenvijftig deel 43 folio 10 recto vak 3 houdende twee bladen
en een renvooi
Ontvangen voor regt wegens verkoop van perceel 1 & 2 f 101,20
Ontvangen voor regt voor verkoop van perceel 3 f 16,40
Tezamen f 117,60
met de 30 opcenten ad f 44,69
Uitmakende eenhonderdtweeenzestig gulden negen
en twintig cents f 162,29
De ontvanger (naam onleesbaar)

Overgeschreven te Leeuwarden den 2 september 1858 deel 358 no. 42

Ik ondergetekende Johannes Wil-
lems Jager, van beroep slager, wonende
te Harlingen, verklaarde bij dezen te consti-
tueren en magtig te maken mynen schoon-
vader den Heer Pieter Asmus Tuin-
hout, koopman, wonende te Harlingen,
speciaal om voor en namens mij met de
mede belanghebbenden over te gaan tot
de publieke verkoop van de vastigheden toe-
komende tot de boedel van mijne moeder
Rinske Felkers en mynen wijlen vader Wil-
lem Johannes Jager, bestaande in een hui-
zinge en slagerij met bergplaats of pakhuis
en erf aan de Heiligeweg te Harlingen, ten
kadaster bekend gemeente Harlingen, sectie
A no. 1025, 1047 en een stalling aan de Nieuw-
straat aldaar ten kadaster bekend sectie A no.
853 de voorwaarden dier verkoop te regelen
en vast te stellen, domicilie te kiezen, toewij-
zing te geven, kooppenningen te ontvangen en
daarvoor te quiteren, tot zekerheid van onbe-
taalde kooppenningen inschrijving te nemen
die weder te doen royeren voor te betreffen-
de deze verkoop alle stukken te teekenen, wel-
ke benoodigd mogten zijn en alles te doen wat
vereischt mag worden.

En verder om in het algemeen overal waar
mijne tegenwoordigheid mag worden ver-
eischt mij te vertegenwoordigen, zoo in als
buiten regten, elke aan my opkomende of
toegemaakte nalatenschap te aanvaarden
of te verwerpen op zoodanige wijze
als hij raadzaam zal achten, zoo
noodig verzegeling en ontzegeling te
vragen, inventarissen op te maken,
roerende en onroerende goederen te verkoopen,
kooppenningen, als ook alle andere gelden, te ont-
vangen en daarvoor te kwiteren, scheidingen
en deelingen, met alles wat daartoe moet wor-
den voorbereid en totgeen ter beëindiging daar-
van moet geschieden, te bewerkstelligen, memo-
rien van aangifte voor het regt van successie
op te maken, in te dienen, en zoonodig in te (?..)
digen, successieregten te voldoen, en verder zon-
der enig onderscheid zoowel daden van beheer
als bevordering van mijne regten en belangen
te doen en te laten, doen en verrigten geene uit-
gezonderd zelfs al zijn die niet hier uit-
gedrukt daar ik mijne gelastigde de magt
verstrekt in mij zonder eenige (ampeter?)
geving te behoeven, in alles te vertegenwoordigen
en zulks met magt van substitie, belofte van
schadeloosstelling en rectificatie naar behooren.
Harlingen, den 14 Mei 1858
Joh. W. Jager

Geregistreerd te Harlingen den twaalfden Augustus 1700 acht
en vijftig deel 25 folio 126 verso vak 4 houdende een blad en geen
renvooy en
Ontvangen voor regt f , ,,.80
makende met de 38 opcenten ad …..30
een gulden tien centmedecent

De ontvanger

De ondergetekenden
Rinske Felkers, zonder beroep weduwe van
Willem Johannes Jager, wonende te Har-
lingen voor ½ gedeelte eigenares van nagenoem-
de vastigheden.
Sijbrandus Willem Jager, slager wonen-
de te Harlingen, voor 1/6 gedeelte eigenaar van na-
genoemde vastigheden.
Geertruida Willems Jager, zonder beroep,
echtgenoot van en ten dezen gesterkt en geautori-
seerd door den mede ondergetekende Hans Wil-
lem Willems Lijn, kruidenier echtelieden,
wonende te Harlingen, voor 1/12 gedeelte eigenaren,
van nagenoemde vastigheden.
Trijntje Willems Jager, zonder beroep echt-
genoot van en ten dezen gesterkt en geautoriseerd
door den medeondergeteekenden Douwe Blee-
ker, goud- en zilversmid wonende te Harlingen,
voor 1/12 gedeelte eigenaren van na te noemen vastigheden
Baukje Willems Jager, winkeliersche,
wonende te Harlingen, weduwe van wijlen Jacob
Hendrik van Meurs voor zichzelf eigenares
voor ½ 4-gedeelte van nagenoemde vastigheden en
als moeder en wettige voogdes over hare vier min-
derjarige kinderen, met namen, Geertruida,
Willem, Pieter en Jacob Hendrik van Meurs,
Bij gedachten haren man in echte verwekt voor
½ 4-gedeelte eigenaren van nagenoemde vastigheden.

Verklaren bij dezen te constitueren en magtig
te maken den Heer Rinse Abrahams
de Ruiter zaakwaarnemer en kantoorbedien-
de te Harlingen

speciaal om voor en namens hen
met den medebelanghebbenden over te
gaan tot de publieke verkoop van
eene huizinge en slagerij met berg-
plaats cum annexis aan den Heiligenweg te Harlingen,
ten kadaster bekend gemeente Harlingen, sectie A no. 1025
en 1047. En een stalling in de Nieuwstraat aldaar sec-
tie A no. 853 - daartoe de zitdagen te bepalen,
voorwaarden te regelen, raad te stellen, executeren of
de nalevering daarvan te vorderen, toewijzing te geven,
kooppenningen te innen en ontvangen, en daar-
voor kwitantie of cessie te passeren, en teekenen, inschrij-
ving te nemen, en toestemmen in het royement
daarvan, alle benoodige stukken te teekenen en
verder in een woord zoo in als buiten regten ter de-
zer zake alles te doen en te verrigten wat zij zelf
present zijnde zouden kunnen mogen of moeten
doen.
Gegeven, met magt van substitutie belofte van
goedkeuring en schadeloosstelling naar behooren
te Harlingen den 10den Augustus 1800 acht en vijftig.

D. Bleeker
T.W. Jager
B.W. Jager de Wedu van Meurs
R. Felkers de Wedu Jager
H.W. Lijn
G.W. Jager
S.W. Jager

Geregistreerd te Harlingen den
twaalfden Augustus 1800 achthon-
derdvijftig deel 25 folio 126 verso vak
3 houdende een blad en geen renvooyen

Ontvangen voor regt f ..,80
makende met de 38 opcenten ad ….30
een gulden tien eentweede cent f 1,10

De ontvanger
hierin
11 augustus 1858 Rinske Johannes Felkers [3974] (*1789-†1869)
Dossier:

D 0004199

Doopboek Eeltje Reinders Vellinga (Doopboek)
doopplaats: Birdaard [FR]
periode: 23 april 1780
Archiefnaam: Doopboek
Archief: Tresoar
Inventarisnr.: DTB 162
Gezindte: Hervormd
hierin
23 april 1780 Eeltje Reinders Vellinga [4199] (*1780-) als kind
Reinder Lieuwes Vellinga [17228] (-) als vader
Ytske Eeltjes [17229] (-) als moeder
Dossier:

BSG 0004204

BS Geboorteregister Aaltje Dirks van der Zwaag (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Dantumadeel [FR]
periode: 14 september 1859
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
15 september 1859 Aaltje Dirks van der Zwaag [4204] (*1859-) als kind
Durk Pieters van der Zwaag [9043] (*1832-†1911) als vader
Dieuwke Bienses Wybenga [9044] (*1831-†1909) als moeder
Dossier:

BSG 0004246

BS Geboorteregister Geert FRankes Beiboer (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Kollumerland [FR]
periode: 21 augustus 1852
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
23 augustus 1852 Geert Frankes Beiboer [4246] (*1852-†1919) als kind
Franke Geerts Beiboer [4171] (*1828-†1899) als vader
Saapke Sytzes van der Wiel [36] (*1825-†1895) als moeder
Dossier:

BSG 0004690

BS Geboorteregister Jannetje Polder (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Middelharnis [ZH]
periode: 19 april 1830
Archiefnaam: Geboorteake
Archief: Tresoar
hierin
20 april 1830 Jannetje Polder [4690] (*1830-†1876) als kind
Jacob Polder [4687] (*1788-) als vader
Neeltje Raap [1463] (*1800-†1844) als moeder
Dossier:

BSG 0004747

BS Geboorteregister Elizabeth Kol (BS Geboorteregister)
Akteplaats: Middelharnis [ZH]
periode: 19 februari 1851
Archiefnaam: Geboorteregister
Archief: Tresoar
hierin
21 februari 1851 Elizabeth Kol [4747] (*1851-†1909) als kind
Levinus Kol [16282] (-) als vader
Lena Leijdens [16283] (-) als moeder
Dossier:

NA 00000794

Notariele akte (Notariele akte)
Akteplaats: Haarlem [NH]
periode: 10 november 1719
Archiefnaam: Notariele Akte
Archief: Noord-Hollands Archief
Onderwerp: Testament
Notaris: Elbert Mooij Cortenhoeff
hierin
10 november 1719 Floris Adriaansz Raap [1293] (~1663-†1737)

RA 0004018

RA Rouwadvertentie Rymkje van der Dam (Rouwadvertenties/-kaarten)
Overlijdensplaats: Bergum [FR]
Datum: 15 november 2004
Ontvangen van: Henk Raap
hierin
15 november 2004 Rymkje van der Dam [4018] (*1914-†2004) als overledene
Dossier:

BSH 0007153

BS Huwelijksregister Maurits van Leeuwen en Louise Wintershoven (BS Huwelijksregister)
Akteplaats: Haarlem [NH]
periode: 4 augustus 1932
Archiefnaam: Huwelijksregister
Archief: Noord-Hollands Archief
hierin
4 augustus 1932 Maurits Jacques Emanuel Barend van Leeuwen [6653] (*1905-) als bruidegom
Louise Adriana Jacoba Susanna Wintershoven [17240] (*1909-) als bruid
Lodewijk van Leeuwen [17241] (-) als vader bruidegom
Esther Rubens [17242] (-) als moeder bruidegom
Paulus Franciscus Wintershoven [17243] (-) als vader bruid
Adriana Jakoba Susanna Wijt [17244] (-) als moeder bruid
Dossier:

BSH 0007152

BS Huwelijksregister Maurits van Leeuwen en Henriette van Dam (BS Huwelijksregister)
Akteplaats: Amsterdam [NH]
periode: 13 juli 1927
Archiefnaam: Huwelijksregister
Archief: Noord-Hollands Archief
hierin
13 juli 1927 Maurits Jacques Emanuel Barend van Leeuwen [6653] (*1905-) als bruidegom
Henriette van Dam [17239] (*1900-) als bruid
Lodewijk van Leeuwen [17241] (-) als vader bruidegom
Esther Rubens [17242] (-) als moeder bruidegom
Mozes van Dam [17245] (-) als vader bruid
Jane Menist [17246] (-) als moeder bruid
Dossier: